De Duitse kunstenaar Karel Albert Charles Gaupp vlucht in 1938 voor het naziregime naar Nederland. In Den Haag schrijft hij zich meteen in op de Haagse academie, waar hij les krijgt van onder anderen Paul Citroen. Zijn studietijd gebruikt Gaupp om te experimenteren. Hij ontwikkelt een ‘entartete’ stijl die met de jaren surrealistischer en dreigender wordt. In een gedurfde persoonlijke zet verandert hij zijn naam van 'Karl' naar 'Karel', om daar later ook nog 'Charles' aan toe te voegen. Als Gaupp in 1943 wordt opgeroepen voor de militaire dienst in Duitsland, ziet hij geen uitweg meer. Hij is overtuigd tegenstander van het Duitse regime dat fel gekant is tegen de ‘gedegenereerde kunst’ en hij berooft zich van het leven, slechts 22 jaar oud.