Zoek op kunstenaar
Sluit

Mores en kunsten van het inkopen

De anekdotes over de inkoop behoren tot de leukste verhalen uit de kunstwereld. Het heeft iets weg van de jacht en het is niet zonder gevaar de jagers voor de voeten te lopen. Er is geen leerschool behalve de praktijk. Kenners worden door beginnelingen nauwlettend in de gaten gehouden. Toen ik in 1977 voor het eerst de veilingen bezocht keek ik net zoveel achterom als vooruit en opzij. Wie kijkt er naar welk schilderij en wie biedt hoeveel? Wat gebeurt er allemaal? Frank Buunk (21 jaar): ik wist nog weinig van wat anderen wel wisten. Maar dat ging bij mij gelukkig snel. In 1984 haalde ik mijn examen als schilderijentaxateur en stopte met fiscaal recht, waar ik nog een klein jaar te gaan had. Het werd vol gas… in de kunst!

‘De hooiers’ van Jan Altink uit 1925

Belangenverstrengeling of misbruik van een dienst?

Tot één van de meest opmerkelijke gebeurtenissen hoort wel de koop van De hooiers, een schilderij uit 1925 van Jan Altink (1885-1971), één van de belangrijkste vertegenwoordigers van de Groningse kunstenaarsbeweging De Ploeg. Het schilderij is nu, augustus 2021, na negen maanden rechtzaken en drie beslagleggingen nog steeds niet geleverd aan de rechtmatige koper. Wat zijn de normen van een kunstkoopman als van hem wordt verwacht antwoorden te geven op vragen die zijn belangen schaden? Hoever moet een kunsthandelaar, wiens core business de in- en verkoop van schilderijen is, meebewegen in het adviseren van particulieren die, direct of in verkapte vorm, om inkoopadvies vragen?

Eerst: de parabel van de pastoor

Met een kunstverzamelende bevriende pastoor die regelmatig onze kunsthandel met een bezoek vereert heb ik altijd wel wat te bepraten. Aan anekdotes geen gebrek, waarvan ik er hieronder één beschrijf. Ik zei hem eens: ‘Ik word in de gaten gehouden op kijkdagen en ga dus liever buiten de kijkdagen om de schilderijen onderzoeken. Verder krijg ik soms een wildvreemde aan de telefoon met heel directe vragen wat ik van publiek aangeboden schilderijen vind, of ze echt zijn en over de reëel verwachte opbrengsten. Soms zijn het goedbedoelde vragen van aardige bekenden, maar vaak komen er ook impertinente verzoeken om mijn bevindingen over bepaalde stukken. Dat mag ik dan in het beste geval tegen taxatietarief uit de doeken doen. Een indirect inkoopadvies en … vrijwel kosteloos’.

Van de pastoor wist ik uit ervaring dat hij niet alleen goede beschouwingen kon geven maar dat hij ook een beetje bekend was met de kunstwereld en bovenal een groot mensenkenner is. ‘Wat doe je als een klant mij op een tactische manier antwoorden ontlokt die ik eigenlijk niet wil geven; je wilt de klant toch niet voor het hoofd stoten?’ De pastoor dacht even na en verzon ter plekke een prachtige, kleine parabel: ‘Frank, je moet het zo zien: jij hebt een tuin vol bijzondere gewassen, gekweekt met jouw eigen recepten. Nu komt er iemand die nieuwsgierig is naar hoe jij, na jaren geduld, de kweekwijze van de planten hebt ontdekt en beschreven en deze wil kopiëren voor eigen gebruik. En wat betreft die nieuwsgierige, die over jouw recepturen wil horen en ongevraagd je tuin binnenstapt, ja, wat mag je met zo iemand? Ik zou zeggen” – met de veelbetekenende glimlach van een pastoor – ‘die mag je met een grote boog om de tuin leiden…’

De aanleiding van De hooiers

Het meest recente praktijkvoorbeeld start met een ter taxatie aangeboden schilderij van Jan Altink op 30 september 2020. Het betreft ‘De hooiers’, een schilderij uit 1925. Op het schilderij zijn twee boeren te zien, druk in de weer met de hooioogst. In het midden een paard, het geheel geschilderd in overtuigende lila-roze kleuren en een knaloranje zon die ondergaat boven het Groninger land. Aanbieder is een particulier uit de omgeving Apeldoorn. We nodigen hem direct uit het schilderij te komen laten zien in onze galerie in Ede; er volgt geen reactie. Enkele weken later, oktober 2020, zien we het werk op veilingplatform Kunstveiling.nl verschijnen, startprijs: € 30.000,- excl. 15% opgeld. Het wekt onze belangstelling. We verkopen die maand veel, maar kopen nog meer in en schuiven nieuwe, dure aankopen even voor ons uit. Wel houden we het kavel van de Altink in de gaten. Als er op geboden wordt, dan springen we in en bieden we over het bod heen. Dat gebeurt niet. De biedingen blijven uit, het wordt virtueel als ‘onverkocht’ afgehamerd en komt in de aftersale voor € 30.000,-. Er blijken weinig kapers op de kust, ik had even de tijd en met een beetje geduld en geluk stelt de verkoper zijn verwachtingen en prijs wel bij…

Verzoek tot taxatie

Ondertussen op kantoor in Ede. Er komt een (spoed)taxatieverzoek binnen van een bekende sportjournalist van de publieke omroep. We herkennen zijn naam; eerder die week stuurde hij een foto van een schilderij van Wim Oepts (1904-1988) ter beoordeling dat vals bleek. De Oepts wilde de sportjournalist laten taxeren omdat hij het, naar zijn zeggen, overwoog aan te schaffen; een gegeven dat later discutabel is omdat het toch te zien is in een uitzending van RTV Drenthe na 2 min., waar het prominent in zijn woonkamer hangt. In zijn nieuwe aanvraag brengt hij ‘hulde aan onze service’ voor de spoedtaxatie van ‘een mogelijke Wim Oepts’ en doet hij ‘daarom nogmaals een verzoek voor een spoedtaxatie’. Dit keer betreft het, naar zijn zeggen, een ‘erfstuk’ van… Jan Altink: ‘De hooiers’ uit 1925. Het tarief dat bij een spoedtaxatie hoort is € 125, maar hij maakt slechts € 85 over en verwacht een spoedige reactie. Sinds jaar en dag wordt een mondelinge taxatie bij Simonis & Buunk in behandeling genomen nadat het bedrag is ontvangen op onze goede-doelenrekening. Een volledige betaling blijft uit…

Tegenstrijdige belangen

‘Ik pas voor deze taxatie’, geeft zoon Kas Buunk, taxateur-in-opleiding, aan. ‘De belangen zijn tegenstrijdig: wij bedienen een taxatieklant met advies terwijl we zelf een oog op het kunstwerk hebben’. Tegelijkertijd geldt: het teruggeven van een taxatie kan veronderstellen dat wij belangstelling in aankoop hebben, aan zwijgen verbindt een goed verstaander – wat een journalist is – ook antwoorden. Temeer omdat de klant geen volledig tarief betaalt, bespreek ik met Kas dat we de echtheid van het schilderij bevestigen en het conditiegebrek benoemen: de zogenaamde spieraamdoorslag die vanaf de foto goed te zien is. Voor wat betreft de waarde besluiten we het algemeen te houden door te zeggen wat goede werken van Jan Altink de laatste 7-8 jaar op veilingen doen. Dat is eenvoudig online na te zoeken: alle aangeboden mooie werken van Jan Altink zijn onder de € 15.000,- grens gebleven. Dat komt overeen met wat de successiewaarde van een erfstuk – wat dit heette te zijn – kan zijn, een verzekeringswaarde ligt altijd hoger. Met deze informatie zijn we in lijn met de veilingmeester van Kunstveiling.nl, die later vertelde dat hij het zelf taxeerde op € 10.000-15.000,-, maar dat de eigenaar ruim het dubbele wilde vragen (waar de eigenaar gelijk in had!).

Overigens: het is opmerkelijk dat de sportjournalist kiest voor een bedrijf als de onze voor de taxatie van zijn zogenaamde ‘erfstuk’ dat geen erfstuk was – een particulier bood het immers een maand eerder bij ons aan en het stond te koop op een openbare veilingsite. Op het moment van de aanvraag hebben we 31 schilderijen van Jan Altink in de verkoop, waarmee we de grootste vertegenwoordiger van Altink zijn. Via alle kanalen proberen we zijn werk te bemachtigen. Door voor ons als koopman-taxateur met een fee van € 85 te kiezen in plaats van voor een inkoopadviserende makelaar via de Federatie TMV (die een veel hoger tarief vraagt, 10 tot 15%) krijgt de journalist ‘waar’ voor zijn geld, maar niet de waar waar hij op hoopte.

Ondertussen gaan enkele andere schilderijen in de zaak ‘over de toonbank’ en besluiten we de Altink aftersale te kopen. Op zaterdag 31 oktober geef ik, Frank Buunk, aan de medewerkers van Kunstveiling.nl mijn bod van € 27.000,- exlusief 15% opgeld (samen ruim € 31.000,-) door, en deel mee graag anoniem te willen blijven, dit ter voorkoming van meelifters die instappen zodra Simonis & Buunk interesse toont. Iets dat vaker gebeurt, getuige andere anekdotes op deze pagina.

Wat schetst onze verbazing als Kas daags na het weekend telefonisch contact zoekt met de sportjournalist, die op dat moment bij de verkoper van de Altink is. Hij is daar om het schilderij te bekijken en eventueel tot zaken te komen. “Er is € 27.000,- geboden”, aldus de verbaasde journalist tegen Kas. Met verwijzingen naar opbrengstarchieven geeft Kas een schets van wat de Altink-markt de afgelopen acht jaar doet: opbrengsten van € 10.000-15.000,- zijn gangbaar. Natuurlijk wist Kas dat zijn vader twee dagen ervoor die € 27.000,- had geboden, maar is hij verplicht dit te delen met een nieuwsgierige indringer die ongevraagd de tuin van ons koopmanschap binnenstapt? De sportjournalist vroeg taxatie, maar kreeg die niet.

De sportjournalist druipt teleurgesteld af en de verkoper accepteert het anonieme bod datzelfde uur via de veilingsite. We zijn blij! We hebben ‘De hooiers’ legitiem aftersale gekocht en ik maak het geld over naar de bankrekening van Kunstveiling.nl; de sportjournalist krijgt later zijn aanbetaling van € 85,- teruggestort. Het enige dat rest is dat we levering en de papieren bespreken, iets dat volgens de veilingvoorwaarden koper en verkoper na een zaak met elkaar afwikkelen.

De sportjournalist wordt onsportief

Twee of drie dagen na de koop belde de sportjournalist opnieuw naar Kas over de zogenaamde taxatie. Hij betuigt spijt niet te hebben geboden en probeert alsnog het schilderij te bemachtigen voor, naar verluidt, € 30.000,- plus opgeld. En dan gebeurt er iets vreemds: volgens zijn advocaat koopt vervolgens niet de sportjournalist, maar een ander het schilderij rechtstreeks bij de verkoper voor € 34.000,-. Deze stroman van de sportjournalist betaalt ook en zo probeert de journalist via een omweg alsnog het schilderij te bemachtigen…

Zijn gelukzoekerij brengt hem niet wat hij hoopte: hij wilde buiten de handel om zaken doen, was onzeker over de Altink, vroeg daarom kenners met meer dan 40 jaar ervaring om advies en liet zijn verliefdheid wegnemen door een marktschets van een taxateur-in-opleiding, zonder ervoor een prijs te betalen. Een koopman handelt anders. Die voelt zich niet belemmerd om te bieden en een koop te sluiten als anderen onzeker toekijken. Koopman-zijn is avonturieren, een beroep, net als bij voetbal, ook met schijnbewegingen.

Aflevering

Na pogingen van Kunstveiling.nl om het schilderij te laten leveren en herhaaldelijke telefoontjes om te leveren, maken we op vrijdag de 13e november een afspraak voor aflevering. Dit zou gebeuren op een parkeerplaats bij een restaurant in Apeldoorn. Maar het schilderij heeft de verkoper niet bij zich, wel collega-journalisten met camera’s om onder levering vandaan te komen…

Kort geding

Het wordt een rel. De verkoper verkoopt liever niet aan de handel en kiest partij voor de bekende sportjournalist die bovendien nu iets meer wil betalen. Hij pleegt contractbreuk. De journalist belooft hem alle juridische kosten voor zijn rekening te nemen. Omdat wij het schilderij graag geleverd zien, maken we opnieuw een afspraak met de verkoper. Opnieuw weigert hij tot levering over te gaan. De veiling maakt een verklaring op dat Simonis & Buunk de enige rechtmatige koper was en dat het samenspannen, buiten de veiling om, tussen verkoper en journalist verboden is en contractbreuk natuurlijk ook.

In een kort geding bepaalt de rechter dat verkoper moet leveren.

Beslaglegging

Er volgen drie beslagleggingen, maar telkens is het schilderij niet ter plaatse. De verkoper zegt het schilderij voor de tweede keer te hebben verkocht aan een andere, nieuwe koper. De sportjournalist beklaagt zich waar hij kan en neemt een collega-journalist in de arm om zijn eenzijdige verhaal kracht bij te zetten met camerawerk en al.

Later, op 2 juli jl. tijdens de laatste beslaglegging, met politie er bij en slotenmaker en notarieel bewaarnemer, was het schilderij van Jan Altink weer verdwenen. Terwijl het 10 juni ook in zijn woonkamer te zien is, links van de verslaggever op een uitzending van RTV Drenthe (na 10 sec.). De sportjournalist gaf toe (‘oeps’) het schilderij na de uitzending te hebben weggehaald.

Het schilderij zal uiteindelijk in Ede komen, al kost het wat meer. Eigenlijk hoort zo’n bont avontuur niet bij ‘Fine Art’ en goede smaak. Maar misschien wel bij Jan Altink, de veelvervalste, markante meester die de naam voor ‘de Ploeg’ bedacht. Het is inderdaad ploegen om deze koop naar Ede te halen…

Zie ook www.janaltink.nl

Sotheby’s, 30 jaar eerder

Het was 21 november 1988 dat ik op de kijkdag bij Sotheby geïmponeerd werd door een kloek paneel van Andreas Schelfhout, de grootmeester van het ijsgezicht. Een winter, te dateren rond 1825. Schatting fl. 60-80.000. Tot mijn verbazing vernam ik in de wandelgangen dat er aan de authenticiteit van het schilderij werd getwijfeld. Maar waarom? Het was een uitschieter uit Schelfhouts vroege tijd, een originele compositie en puntgaaf, waarom die twijfel? Sotheby’s veilingmeester Jan Pieter Glerum bracht het schilderij toch onder de hamer. Op de veilingmiddag, bij het opkomen van deze kavel, verschanste ik mij achter het schot achter in de zaal. Zou ik de enige zijn die zeker in zijn schoenen stond? De veiling van de Schelfhout begon en werd ingezet op 50.000 gulden. Ik bood meteen 52.000 en het viel stil. ‘Fifty two thousand guilders voor the gentleman in the back’; daarna herhaalde de veilingmeester enkele keren in het Nederlands. ‘Tweeënvijftigduizend, niemand meer?’ Ik keek even vanachter het schot naar de veilingmeester en vervolgens keek ik een alleraardigste kunsthandelaar, op latere leeftijd begonnen, op de achterste rij recht in de ogen. Het was een klant van ons, de toen 49-jarige Bernard Paulus van Pauwvliet. Hij keek even achterom wie er bood en talmde vervolgens niet. Zijn bordje ging omhoog, 54.000, en nu moest ik wel. Het werd een biedrally zoals ik hem zelf nog niet eerder had meegemaakt. Op 100.000 gulden werd de Schelfhout aan mij toegeslagen. Na de veiling feliciteerde Bernard mij met de mooie koop. ‘Ja, als jij dat schilderij goed vindt, dan durf ik ook wel te bieden’ zei hij. Niet alleen bezat ik toen een vroeg meesterwerk van Schelfhout, de les die ik leerde was nog belangrijker. Nooit meer zichtbaar bieden, laat staan op een schilderij waarover getwijfeld wordt, zo mogelijk anoniem blijven. Eén groot winstpunt: deze Schelfhout werd door zijn opbrengst volledig gerehabiliteerd. Mijn onderbieder nam ik niks kwalijk; die deed wat velen doen: haal je informatie ook bij de andere bieders, en vooral bij de professional. Geef je ogen de kost.

Bernard, mijn tegenbieder van toen, 32 jaar geleden, belde ik kortelings op of hij zich deze anekdote herinnerde en of hij het leuk vond om gelezen te worden. En dat vond hij.

Andreas Schelfhout | Figuren in een winterlandschap met links huizen, olieverf op paneel, 63,0 x 79,0 cm

Andreas Schelfhout

schilderij • voorheen te koop

Figuren in een winterlandschap met links huizen

Christie’s, 1991

De jacht op het onbekende mooie werk, het verborgen meesterwerk. Vuil geworden door het rook- en stookgedrag van de eigenaar en zomers in trek bij vliegen. Een goede vernis beschermt tegen elk rookgordijn of vliegenzwerm. Mijn schoonvader prees de restauratoren van vroeger die een veel dikkere vernislaag aanbrachten op de oude schilderijen dan de ateliers van nu. Maar de kunstliefhebbers van tegenwoordig willen zo weinig mogelijk glitter. Dus strijken of spuiten ook wij dunne vernislagen over de schilderijen.

Zo’n schilderij, met een vernislaag als een ijsbaan, hing bij Christie’s Amsterdam in 1991. Een Jan Zoetelief Tromp, kinderen bij een korenveld. In die tijd wisten wij ongeveer 4 van de 5 mooie werken die van deze schilder op de markt kwamen in te kopen. Soms voor een redelijk bedrag, maar vaak heel duur. Zoetelief Tromp was de grootste stijger in die jaren en de werken op de eerste tentoonstelling in het Museum Katwijk in 1991, waren voor een belangrijk deel afkomstig uit onze collectie of die van onze klanten.

Kunst en AntiekRevue

Kunst en AntiekRevue december/januari 1991

Op de kijkdag, een paar dagen voor de veiling van 29 oktober, was ik vroeg aanwezig. Ik kon dan rustig kijken zonder vragen van wie dan ook; het kijken ‘met koopogen’ vereist veel concentratie. Maar wat schetste mijn verbazing toen ik een paar minuten voor dat schilderij van Zoetelief stond?  Alsof uit het niets naast mij neergedaald, alsof hij mijn compagnon was, stond daar de particuliere verzamelaar en kno-arts Frank Rademakers, die in het jaar daarvoor drie werken van Zoetelief Tromp bij ons gekocht had. Hij had kennelijk al naar het schilderij gekeken en vroeg mij op de man af: ‘Frank (ik), wat vind jij van deze Zoetelief Tromp?’ In één adem antwoordde ik met een stalen gezicht ‘nou Frank, het is niet mijn Zoetelief Tromp’. ‘Oh, dank je Frank’, zei Frank, ‘dan weet ik genoeg’. En hij beende weg om naar andere schilderijen te kijken.

Op de veiling kocht ik telefonisch de Zoetelief Tromp, goedkoop en tegen de limiet. Er waren geen tegenbieders. De onaangeroerde staat van 80 jaar patine uit het huis waar hij altijd gehangen had  – rook van sigaren en van de openhaard – weerhield dit keer belangstellenden om een bod te doen. Ik kocht het schilderij voor iets meer dan de helft van de prijs die ik in mijn boekje als maximum biedprijs genoteerd had. Het doek werd door schoonvader in oude luister hersteld, met dunne vernis; Mariëtte bestelde een handgemaakte lijst. En ik plaatste het schilderij op de voorpagina van de Kersteditie 1991 van de Kunst- en Antiekrevue.

En wie belde vervolgens als eerste?  Zeer ontstemd: de verzamelaar Frank. ‘Wat maak je me nou? Jij raadde mij het schilderij af en koopt het gauw zelf’?. Woorden schoten hem even tekort. Maar het was een simpele case en ik antwoordde hem: ‘Jij bent kno-arts en ik ben kunsthandelaar. Daar zit het verschil.’

Jan Zoetelief Tromp | Bloemenkrans vlechten in het korenveld, olieverf op doek, 40,5 x 50,5 cm, gesigneerd r.o.

Jan Zoetelief Tromp

schilderij • voorheen te koop

Bloemenkrans vlechten in het korenveld

Mijn koopmanschap staat soms op gespannen voet met kunstvriendschappen. Eigenlijk hoort zo’n vraag op de kijkdag niet gesteld te worden; maar de mensen die dat doen bedoelen het meestal goed. Het is hun hobby. Soms denken ze me een plezier te doen mij als kunsthandelaar met vragen te betrekken in hun hobby. Men wil gewoon meer weten en bij de kenners krijg je de antwoorden. Verzamelaar Frank was nog niet tevreden met de uitleg. Ik vervolgde: ’Ik heb jou toch een correct antwoord gegeven?’ ‘Het is niet mijn schilderij’ was een waarheid als een koe. ‘Het was niet mijn schilderij daar bij Christie’s, maar nu wel…’. Misschien wel intuïtief gebruikte ik toen, 30 jaar geleden, de juiste woorden waar letterlijk niets mis mee is. De verzamelaar bewoog zich op het jachtveld van de kunsthandelaar. Dan moet zo’n schijnbeweging kunnen. De verzamelaar bood niet, wat precies mijn bedoeling was en ik koos met weinig woorden de juiste uitdrukking, die je letterlijk moest nemen.

Verzamelaar Frank was snel van begrip en in hetzelfde telefoongesprek draaide hij weer bij en kwam hij tot zijn overlijden, 6 jaar geleden, nog regelmatig bij ons in de kunsthandel. Gezellig bijpraten, ook over schilderijen. Ik heb dat zeer gewaardeerd in hem.

Zijn weduwe Annemiek Rademakers belde ik voor toestemming voor dit verhaal. Zonder frankering, over de mail. Zij vond het een mooi verhaal over de twee Franken.

Frank Buunk, 2021